tis een mirakel

Leest u niet graag over baby’s en aanverwante zaken? Klik dan maar weg. Het spijt me. Maar ik ben zwanger. En ik log daarover.

Ik dacht dus dat IK een medisch mirakel was. Iets met 2 placenta’s en een fibroom oftewel gezwel en dat alles in mijn baarmoeder. Daarnaast ligt dan ook een kindeke, dat wederom in een stuit is gaan liggen maar gelukkig nog alle tijd heeft om zich, netjes en gedwee, zoals dat hoort bij een baby in mijn buik, te draaien. En had ik al verteld over mijn weeënactiviteit bij een zwangerschapsduur van 25 weken. En de daaropvolgende 2 weken verplicht thuisblijven. Nee hè. (alles gaat goed, geen reden tot stress, ik zie er nog immer uit als een zeekoe vermomd als zwangere vrouw en word goed opgevolgd)

Want dit alles is peanuts. PINDAKAAS.

Want hier in huis wandelt een echt medisch mirakel rond. Vergeet octomum. Ik presenteer u… tromgeroffel….

OLIVIA. Vandaag 2 jaar en precies 4 maanden.

En zij heeft..

"ook een baby in de buik mama".

Over het ondergebuikte kindje

24 weken zwanger was ik vrijdag.
En iets in mij zegt sinds kort dat onze kleine lytse poppe (met dank aan geartsje voor deze briljante gebruikersnaam) een beetje het "ondergeschoven kindje" dreigt te worden. Of ondergebuikte kindje. Net hoe je het wil zien natuurlijk.

Maar feit is gewoon dat deze kleine nog in mijn buik zit. Terwijl Olief daar, thank goodness, al ruim 2 jaar uit is. (je zou er toch niet aan moeten denken dat ik haar nu nog zou moeten dragen, een heuse olifantendracht. Echt. R.E.S.P.E.C.T. voor alle olifanten in deze wereld).
En eerlijk is eerlijk. Mijn aandacht gaat voornamelijk uit naar Olivia. Met mijn nederige excuses naar de kleine baby in de buik.

Verder ben ik dus niet zo van de babytellers. Of tikkers. U kent ze wel. Die afteldingen. Met bloemetjes of hartjes of een heuse baby in beeld. Geavanceerde shit natuurlijk. En ik vind het geweldig bij anderen. Maar gewoon niet mij. Het past niet bij mij.
En daar waar ik bij Olief tot een week of 20 nauwkeurig kon vertellen welk lichaamsdeel of orgaan zich nu weer aan het ontwikkelen was moet ik dat antwoord deze keer schuldig blijven. Ik heb geen idee.

Verder transformeer ik alras weer in een walrus. Of walvis. Net welke reus onder de zoogdieren je prefereert.
En hoe groot het wonder in mijn buik ook is. Ik had toch de stiekeme hoop dat ik deze zwangerschap een iets hoger celebrity-zwanger gehalte zou hebben. Ik bedoel. Bekende moeders lijken er gewoon nooit uit te zien als een opgeblazen walrus. Neen. Die zijn 9 maanden lang fris en fruitig. Met glanzende haren, een ieniemienie buikje en blozende kaken schrijden ze 1 week voor de uitgerekende datum nog over de rode loper op een of andere première. 

Daar waar ik nu al, waggelend als moeder de gans, aan mensen moet zeggen dat ik nog 4 maanden moet. Terwijl deze mensen rekenen op een antwoord in de categorie "over 2 weken". Oei.
Ja.
Oei.

Blozende wangen heb ik dan weer wel. En hoe! De blauwe ogen zijn inmiddels geel-groen en paars. En die kleurtjes zakken langzaam mijn wangen in. Een boeiend fenomeen. En ik wacht met spanning op de dag waarop ik wakker word met paars met gele borsten en een groene buik. Doet het vast ook leuk op feesten en partijen.

En ja.
Wat kan ik vertellen over het prachtige lytse popje (mag ik dat ook zo zeggen Geartsje? Of moet het poppe blijven?) in mijn buik?
Nou. Dat LytsePopje groeit. En schopt. En wiebelt en draait.

LytsePopje praat momenteel nog niet zoveel, maar luistert des te meer. Aangezien Olief dagelijks door mijn navel enige informatie meent te moeten doorgeven.
"kijk es baby, Olivia kan goed skiën hè. En dat is popje. Popje is Joze. En sneeuw. Olivia gaat een kusje geven. Dag baby".

Maar ik weet zeker dat het wederom een wonderschoon kindeke is. En lief. Ja. Echt de allerliefste Lytse Poppe van de hele wereld.

Kijk maar.

Lytse Poppe, 4 feb. 2010.
Echo 

Prêt pour les jeux olympiques 2026

Je zou het bijna vergeten door mijn ongelukkige val dit weekend. Maar precies 1 week geleden mocht het gips van Olief haar been. Na een kleine 4 weken werd ze bevrijd van haar paarse gipsen beentje.
En na een dag waarin ze er echt niet op kon staan zette ze vrijdag voorzichtig haar eerste gipsloze stapjes.
Om op zaterdag blij te vragen of ze mocht skiën.
"olivia ook skiën?"

Tsja.
Van de orthopeed mocht ze het belasten. En we moeten goed kijken wat ze zelf aangeeft. Ze wandelt inmiddels als een soort snelwandelaar door het huis. Maar skiën is nog een heel ander verhaal natuurlijk.

Dilemma.

Uiteindelijk hebben we haar toch meegenomen. Het was gewoon een te mooie dag. En ik had een uitzonderlijk goede bekkendag. En er was geen kat op de piste omdat het een wisseldag was.

Telesiege Euforie in de telesiege.

Man, wat was ons meisje gelukkig.

En als je vader skileraar is kun je ook gewoon zo naar beneden gaan….

Oppe_souders 

"oppe souders van de dierenpiste".

Geen belasting voor haar beentje. En een meisje dat straalde van oor tot oor.

Vervolgens volgde de op zn zachtst gezegd "interessante nacht" met de val en alles erop en eraan.
Waarna ik, beurse plekken- en met name neustechnisch gezien, niet zoveel kon doen. En Olief noodgedwongen mee binnen bleef.

Maarja. ’t zit in haar bloed hè. Het kind is gewoon een geboren berggeit. Dus de onvermijdelijke vraag kwam terug. "Olivia skiën mama?"

Nu haal ik het sinds dit weekend NIET meer in mijn hoofd om nog maar iets te doen waarbij ik me moet voortbewegen. Of iets moet tillen. Of een zonnebril op mijn neus moet zetten. Het indrukken van de knopjes van de afstandbediening is al een uitdaging op zich.

En toen was papa ineens een half uur eerder klaar dan anders. Wat hij ons meedeelde door de walkie-talkie. Waarna Olief terugriep "OLIVIA SKIEN PAPAAAAAAAAAAA"

Het was gewoon echt het moment.
En daar gingen ze. Mijn twee grote helden. Samen skiën.
Het is volgens mij de start van een nieuwe periode. Een goeie periode.
Kijk ze stralen.

Ze is er klaar voor. De afdaling. Het koningsnummer. Op "Les jeux Olympiques d’hiver 2026."
Skis_aandoen Hipperdemasque Trots_als_een_pauw

4 blauwe ogen

Vervreemdend. Dat is het. 2010. Vervreemdend. En medisch. Want dit weekend bevond ik mij wederom in een aflevering van Greys Anatomy.

Om 3u ’s nachts stonden er 3 brandweermannen uit ons alpendorp hier in de woonkamer. Naast mij zat lieve Olief. Wakker geschrokken.
In mijn hand een koude doek. Vol bloed. En alles deed geloof ik pijn. Vooral mijn neus. "mama neusje pijn? Mamma neus cassé?" Maar het kon me eigenlijk niet zoveel schelen.

Dat bloeden was overigens niet gek, als je je bedenkt dat ik ongeveer 45min daarvoor uit ons bed was gevallen. Ons bed op hoogte. Waar ik 100 keer per nacht uitga om te plassen. Ook nu. Alweer. Alleen ging er nu iets mis. En ineens suisde ik ongeveer 1m20 naar beneden. Vervreemdend.
Iets in mij wilde de baby beschermen. Dus had ik mijn armen om mijn buik. En raakte mijn neus als allereerste de grond. Toen een stukje buik. Toch. Een heup. Een knie.

En dan lig je daar. En dat is dus vreemd. Net alsof je naar jezelf kunt kijken. En ik dacht steeds. Dit is een droom. En nu word ik wakker. En dan is er niks aan de hand. Maar dat gebeurde maar niet. De nachtmerrie bleef maar duren.

In dit dorp is er overdag heel veel medische hulp. Voor alle skiërs die onderuit gaan. Maar in het midden van de nacht dus mooi niet.
En al helemaal niet voor 5 maanden zwangere moeders die uit bed suizen als ze moeten piesen.

Oh damn it. De  baby. De baby. Beweegt niet.
Echt, alles kon me gestolen worden. De neus. De heup. De knie.
DE BABY BEWEEGT NIET. En de baby beweegt de laatste tijd juist heel veel. Heel veel. En nu niet.
Ik was zo kalm en toch zo in paniek.

Ik wilde een dokter. Een dokter die me kon bevestigen dat de baby gewoon sliep. Dat er niks aan de hand was.
Maar er was hier geen dokter.

En dan staan er dus om 3u ’s nachts 3 brandweermannen in de woonkamer. Met instructies op een briefje. En met een dokter aan de telefoon.
Conclusie was dat ik naar het dal moest. 40 km de berg af. Naar het ziekenhuis.
Wat betekent.
In de ambulance van de brandweer 10 km naar beneden. Waar team 2 de brandweer aflost. En de rit werd vervolgd, nog eens 30 km naar beneden.

Een uur later waren we in het ziekenhuis. Waar ze geen röntgenfoto van mijn neus konden maken vanwege de zwangerschap. Dus moesten ze voelen. VOELEN. Aan mijn gebroken neus. "ja, die is gebroken".

En dan de baby. DE BABY. Die neus kon me dus echt gestolen worden.
Ze voelden wat aan mijn buik.
En besloten dat ik toch naar een ander ziekenhuis moest. Voor een uitgebreide echo. Van lieve kleine nog steeds niet bewegende baby.

Ik kon nog even naar het toilet. Eindelijk kon plassen. Op een heel vies toilet. Vol bloed. Niet van mij. Gatver.
En maar voelen aan mijn buik. Hey baby. Schop me nou eens. Of kriebel met je kleine handjes. Geef me nou een teken dat het goed is.

Een nieuwe ambulance in. Weer andere mensen naast me. Weer allerlei vragen. Weet u welke dag het is? Weet u waar u bent? Maar ook: waar bent u verzekerd.
4u ‘snachts. Gebroken neus. Bont en blauw. Niet bewegende baby. En dan moet je dus kunnen bedenken waar je bent verzekerd.

Ziekenhuis 2. Een donkere kraamafdeling in de nacht. Lange gangen.
En dan eindelijk, de gyneacoloog.
Een hele lieve, hele rustige, ervaren gynaecoloog.
Die mij bevestigt dat het heel goed is dat ik naar het ziekenhuis ben gebracht. En die me belooft alles goed na te kijken.
Waarna eindelijk, EINDELIJK, de echo wordt gemaakt. Hij zoekt en zoekt. En dan, na waarschijnlijk korte tijd die voor mij eindeloos leek te duren zien we het hartje. Het kloppende hartje.

Het was het eerste moment waarop ik weer kon huilen. Huilen van opluchting. Goed zo kleine sterke baby.
Ik ben zeg maar op de billen van de baby gevallen. Precies de billen. Die het meeste kunnen hebben. Niet op het hoofdje. Niet op de voorliggende placenta. Nee, de billetjes.

De echo duurt een half uur. Waarop ze wel het een en ander hebben gezien, maar niks zorgwekkends voor nu. Zo te zien geen bloed in de buik. Voor de zekerheid wel een inenting. (ik ben Anegatief, Jiri positief. Baby kan dus + zijn en als we dan bloed uit zouden wisselen kan dat gevaarlijk zijn).

Het is 7u ’s ochtend. De gynea wil me op een kamer leggen. Maar ik wil zo graag terug naar Jiri en Olief. Onvoorstelbaar. In een nacht weer even met mijn (gebroken) neus op de feiten gedrukt. Ze zijn mijn liefsten. Ik hou zoveel van ze. En ik moet ze vasthouden. Zien. Ruiken. Knuffelen.

Ik wil gewoon naar boven. Naar ons huisje in de bergen.

Ik ben inmiddels weer boven. Het gaat naar omstandigheden heel goed. Een bloedvlek bij het bed als stille getuige. Het is echt gebeurd. En ik besef het nog steeds niet.

Ik vertel het dus vaak. Zou ik het dan gaan beseffen? Een ding begint tot me door te dringen. Ik heb gewoon heel veel geluk gehad. Echt zoveel geluk.

Want de baby doet het goed. Gewoon goed. Mijn knie is beurs. Mijn heup is beurs. Mijn buik is gevoelig maar niet meer dan dat. De schaafwonden zijn opgedroogd. Mijn neus is dik en groen. Maar de breuk staat recht. Goeie hoop dus dat ik Dr. Sloan aka Mc Steamy niet nodig zal hebben om hem recht te laten zetten.

En ik heb nu dus 4 blauwe ogen….

En dan zou je het liefst door de vloer van de collegezaal zakken…

Voor wie het nog niet door had, gezien alle ziekte- en gipsverhalen hier. In mijn buik groeit een baby. Een echte. Ja. Gelukkig wel een echte. Ik bedoel. Ik zou toch wel wat raar opkijken als ik in juni een babyborn zou baren zeg maar. Hoewel de halve babyborn uitzet hier wel terug te vinden is, weliswaar goed verstopt. Omdat deze stupide pop met bijbehorende lila en roze plastic assecoires de enige was die ik kon vinden die ook met Olief meekon in bad.

Maargoed. Baby dus. Ja. BABY.

Mijn studenten waren al weken onrustig. Aangaande deze baby in mijn buik. Want ze hadden gehoord dat ik ongeveer 2,5 jaar geleden, hoogzwanger van Olief, een studentenquizje had gedaan. Waarin ze het geslacht mochten raden. En de geboortedatum. Met schitterende prijzen.
"dat doet u nu toch wel weer…?"

Goed. Tijd voor actie dus. Ik flanste een heus tombola-waardig papier ineen. Schoof dat onder ons kopieerapparaat. En hopla. De quiz van 2010 was klaar. Wijs geworden door ervaringen van 2,5 jaar geleden, toen meerdere studenten zowel de datum als het geslacht goed hadden, voegde ik een extra feature toe. Studenten mogen ook naar de naam raden!
Radenmaar   

Uiteraard heb ik ze wel een handje geholpen. Want zo ben ik. Ik geef niet alleen retegoeide lessen, ik ben ook nog eens menselijk.

Ten eerste hebben ze toch het recht om te weten dat ik enkel dochters baar. Wat niet wegneemt dat ze mogen gokken op een jongen. Maar ik wilde hun winkansen toch wat verhogen met deze nuttige informatie.

Ten tweede gaf ik de uitgerekende datum aan. En legde ik iets uit over zwangerschapsduur. En de daaruit volgende conclusie dat er na 25 juni zeker een baby in onze wieg ligt. 

Tenslotte legde ik iets uit over mijn "smaak" in namen. Als in. Niet te exotisch. Leesbaar. Verstaanbaar in zowel het Frans als Nederlands.
En vooral… ik hou NIET van Engelse namen, vaak eindigend op de griekse y, die me doen denken aan marginale gezinnen die een bezoekje aan een welbekende hamburgergigant op zondagnamiddag zien als qualitytime met de familie.
Mijn excuses voor een ieder die dit leest met een in deze categorie passende naam. Maar voor mij geen Chelsey. Geen Rodney. Geen Lovely. En ook geen Destiny. In dezelfde categorie: geen Shania. Geen Kenji. Geen Dylan en geen Precious.

Nou, mijn lieve 2e jaars studenten lachten vrolijk met me mee om deze bonte verzameling namen die zijzelf ook echt niet zagen zitten. Want ja, mijn studenten blinken uit in een uitzonderlijk goede smaak.

En toen maakte ik een kapitale fout.

Ik noemde ook nog.. overmoedig geworden door dit grootse lachsalvo. De naam. Kimberly.

En daar zit er wel een van in het 2e jaar.

En dan mag u nu terug naar de titel van dit logje… 

van polkadot naar polkakorst… oftewel het ergste voorbij!

Eindelijk even tijd. En wat voor tijd. Tijd voor mezelf!
Want Hoera-Ende-Vreugde. Het ergste is voorbij. En Olivia is weer op het kinderdagverblijf, terwijl ik een inhaalslag maak in mijn nakijkwerk.

Ze is sinds vrijdag eindelijk koortsvrij. En blaasvrij. Wel hangt ze nu vol onsmakelijke uitdrogende korstjes. Ze is dus nu geen polkadotje meer. Maar wel een polkakorstje. Waar ik geen foto van ga laten zien. Ik vertel alleen dat het haren kammen momenteel een interessant fenomeen is.
Ze had namelijk ook heel veel pokken onder haar haar. En dat zijn nu pokken met korstjes. En die korstjes laten dan los tijdens het kammen enzo. Ja. Ranzig. Ik weet het.

Maar, om met Oliefs woorden te spreken. "mamma doet het heel foorsigtig hè".

Het gips is er natuurlijk nog. Maar dat mag er volgende week af. Over de geursensatie die dat gaat geven denk ik nog maar even niet na… En dan duimen we dat er niks nieuws omheen hoeft. Of nee. Daar gaan we eigenlijk gewoon vanuit.
Zodat ze niet meer als stampertje door de kamer hoeft te hobbelen. Ik moet wel zeggen… iets stiekem doen zit er zeg maar niet meer echt in voor ons Olijfje. Aangezien je haar al van verre aan hoort klossen..

En nu ze koortsvrij en weer fit is besloot ze dat het tijd was voor een frisse portie zelfredzaamheid. Er was nood aan een nieuwe activiteit in de categorie "zelf doen". Schoenen, de jas, sokken, ondergoed. Plassen op de pot of op de grote wc. Allemaal zo 2009. Niks leuks meer aan, kan ze allang. Dus besloot ze afgelopen nacht om over te gaan tot iets radicaals. Iets nieuws. Iets retehips voor een 2 jarige.

Overdag luierloos. Dan ook ’s nachts. Moet ze gedacht hebben. Oftewel: "een echte dame gaat ook luierloos de nacht door." Dus heeft ze hem zelf maar uitgedaan. We weten niet precies hoe laat dat was. We danken wel de hema op onze blote knietjes. Om hun bedzeiltjes. Want het experiment is niet helemaal gelukt zeg maar. En nu rest mij nog de vraag. Zet ik dit experiment voort. Wat een pedagogisch verantwoorde maar wastechnisch gezien mindere optie is. Of ga ik de luier vanaf nu vastplakken met duct tape. Wat moeders (nacht)rust reinheid en regelmaat ten goede zal komen. Ik denk er nog even over na…

grappig hè?

Chaos. Zo kun je het het beste omschrijven.
Chaos in mijn hoofd. Chaos in mijn bekken. Chaos in ons huis. Want Olief leek op te knappen. Maar dat was zeg maar een soort van grapje. Want na 2u kinderdagverblijf konden we haar weer ophalen.

Gelukkig kon ze nog een dag terecht bij haar tante en konden we daarna zelf weer her en der vrij nemen en dat aaneen plakken en dus thuisblijven. Maar na een laatste koortsopstoot afgelopen vrijdag knapte ze ineens zienderogen op. En zo trof ik gisterochtend ineens een bedje aan met daarin een grote hoop dekbed. "Zonder kind".

En vanonder die hoop riep een stemmetje. "waar is Olivia nou?" "Olivia is weg?"
En ik juichte! Ze is weer beter. Joehoe.
En na enkele minuten zoeken bleek ze, welk een verrassing… toch in haar bed te liggen zeg. Onder die hoop dekbed zeg maar.
Waarna ze me nog even meedeelde: "Olivia is grappig hè". Nou…

Goed. Het bekken dan. Was ik eerst blijkbaar nog in een soort ontkennende fase, bekkentechnisch gezien. Nu kan ik er echt niet meer omheen. Mijn bekken weigert in ras tempo meer en meer dienst. En blijkbaar kun je toch een soort doen alsof het allemaal heus wel meevalt. Tot afgelopen week. Toen kon ik dat echt niet meer. En zat ik te snikken bij de therapeut. Die me meedeelde "dat ik me erop in zal moeten stellen dat ik er ook na de zwangerschap last van zal houden".

BABY