mijn kleine frambozenmannetje

Bijna 6 maanden geleden werd je geboren.
Een tiptopgaaf perfect mannetje.

Zonder vlek.

Na een week had je een klein zuigplekje op je lip. Waar ik geen aandacht aan besteedde.

Geen vlek.

Toen kwam er een vlekje op je hoofd. Onder je haar. Niet erg. Gaat vanzelf weg. En gelukkig niet in je gezicht. Dacht de perfectionist in mij.

Bijna onzichtbare vlek.

Na een maand had je er 4. En het zuigvlekje op je lip. Dat transformeerde ook in een klein framboosje.

Zichtbare vlek.

Mijn kleine perfecte mannetje. Je bent zo mooi. Met je framboosje. Frambozenvlek. (ook wel aardbeienvlek genoemd trouwens. Ach. Het is iets in de "rood-fruitsferen" zeg maar)
Een hemangioom. Of eigenlijk. 4 hemangiomen. Maar die ene. Tsja. Die valt gewoon op.

En soms vind ik het zo moeilijk. Wildvreemden die zich over je heenbuigen. En niet zeggen. "wat is ie mooi". Maar wel. "Oei. Wat is DAT?". of "Wat heeft ie daar?".

Als je je druk maakt zwelt het vlekje op en wordt hij groter. Als je ontspannen bent wordt ie juist kleiner.
Eigenlijk is het een verzameling van hele zachte bultjes. Net een sponsje. Of nee. Het is gewoon net een framboos. Het voelt ook als een framboos. Dat zachte, kwetsbare velletje dat alleen een framboos heeft.

Af en toe maak ik me zorgen. Wat als hij toch ineens veel groter wordt. Of inwendig doorgroeit. Wat als het niet weggaat? Of als het veel langer duurt dan tot je 2e. Of 8e? Want die prognose heeft de kinderarts ook vandaag weer gegeven.
Hoe vaak gaan mensen ernaar kijken? Staren? Gaan andere kinderen het niet raar vinden?

Maar eigenlijk vind ik je gewoon vooral heel heel mooi. Zoals alleen een moeder haar zoon mooi kan vinden.
Kleine jongensversie van je zus. Mini-Olivia. Mooie Julianneman.
Kleine grote man.

klik klik klik klik klik klik

6 keer klikken. 6 keer mooi. Mét framboosje. Mijn eigen kleine flipje van de betuwe. Mijn frambozenmannetje!26 nov

 

Advertenties

driejarigenlogica en de ontwikkeling van het empathisch vermogen

Slechtweer Driejarigenlogica. Oftewel. Zo simpel is het.


Nou. Eindelijk is ie daar. Sinterklaas. Olief zat letterlijk op het puntje van, eh, de bank om maar niets van het hele gebeuren te missen.
Op de bank ja. Voor de televisie. Aangezien ik het niet echt zag zitten om met baby en kleuter in de storm te gaan staan voor een live verwelkoming. Leve de nieuwe media, waardoor we droog en voorzien van hapje en drankje op de eerste rij zaten.

En daar waren dan eindelijk de magic words: "er mag een schoen gezet worden". Joechei! Terwijl ik een vreugdedansje (voor de kenners, het was een hiphop fast lyrical. Mister Karaty would be so happy with my beautiful and raw performance) door de kamer deed en mijn eigen laars alvast uit het rek viste keek Olivia echter eens bedenkelijk naar buiten.

"het is wel een hele harde wind hè mamma. En het regent. Dat is niet leuk voor Sinterklaas". Er viel een korte stilte.
"Maar het paard mag van mij dan wel hier binnen komen hoor".

Ach kijk aan. Het empathisch vermogen van mijn meisje ontwikkelt zich met rasse schreden.
En hoewel ik persoonlijk niet zoveel zin heb in een knol in mijn woonkamer vind ik het wel heel lief dat ze zo denkt. (Bovendien kan ik het wel zo draaien dat Sint zijn paard gewoon even in de fietsenberging zet terwijl hij onze schoenen vult. Hopla)

Hierna bleef het echter lang stil.

En Sinterklaas dan Olief? Want die heeft misschien ook wel last van de storm?

"Sinterklaas? Nee, die hoeft niet binnen te blijven hoor. Want hij heeft toch een hoed op!"

 

 

badmuts

Badmuts "Zo". Zei mijn osteopaat. "Het begint er eindelijk op te lijken".

Doelend op mijn bekken. Mijn hypermobiele en derhalve al sinds 12 weken zwangerschap instabiele bekken. 

Nu vond ik zelf dat het ook wel ergens op begon te lijken ja. Ik bedoel. Al 3 hele dagen zonder die irritante bekkenband. Ik kan zowaar gewoon weer eens een jurkje aan zonder dat het lijkt alsof ik een undercover agente ben met zo'n holster voor haar pistool rond de bekkenzone. 
Bovendien had ik al regelmatig succesvol de wiebelbillenboogie kunnen dansen met Olivia.
Dus. Duidelijk sprake van grootse vooruitgang.

"Zo". Zei de osteopaat nog eens. "ik denk dat je voorzichtig kunt beginnen met sporten".

MAAK. ME. GEK.
In gedachten zag ik mezelf alweer over de hockeyvelden draven. Op zo'n koude maar heldere avondtraining. 16 blèrende meiden. Even Astrid zijn. Geen mama. Gewoon Astrid. Stick in de hand. Rennen. Zig zaggen langs die irritante potjes. Flick over een andere stick. Cirkel in. Keihard slaan. Kleng. Bal op de bovenrand van de plank.
Dat is voor mij geluk. Echt.

"je mag voorzichtig beginnen met zwemmen"…..