luizenmoeder

Het ouderschap brengt af en toe verrassende zaken met zich mee. Ik bedoel. Je wordt moeder. Je doet het allemaal best aardig, zeker gezien het feit dat de baby over het algemeen zonder gebruiksaanwijzing wordt geboren. Je kind krijgt genoeg te eten, het groeit, het ontwikkelt zich naar behoren. Grotendeels in gang gezet door jou, in de nieuwe functie die je bij de geboorte aannam. Moeder.

En dan gaat je kind naar school. En blijken er bij dat moederschap nog allerhande extra functies te bestaan waar je (zeker weten!) voor de zwangerschap NIET van op de hoogte was gebracht.

Oudernieuwsbrief…
“Een warme oproep aan mama’s en papa’s: wij zoeken gemotiveerde luizenvangers om de strijd tegen de kriebelende beestjes eindelijk te winnen! Nu zijn we met twee en halen we nooit die beker binnen, wie doet er nog mee?”

Zo. Nou. Dus. Ik las er maar eens geloofwaardig overheen. Want ik vond moeder op zich al functie genoeg zeg maar.

Nu wil het feit dat lieve Olief dus luizen kreeg. Ik zag haar ’s avonds, zo rond een uur of 7, toen alle winkels uiteraard al dicht waren, krabbelen aan haar hoofd. En nog eens krabbelen. En toen nog eens.
Oh. My Lice.

Grondige inspectie leverde inderdaad enkele kriebelende rakkers op, en J. haastte zich naar de apotheek ‘van wacht’ voor een voorraad middelen waar je u tegen zegt. Tegen prijzen die ik niet voor mogelijk hield. 20 euro voor een flesje waar ik 2 keer gebruik van kon maken. (#tip: sla luizenmiddel in als de gewone winkels open zijn) Haar haar werd een vettige smeerboel, die smeerboel moest minutenlang intrekken en er daarna weer uitwassen worden. Waarna we ook nog tig kamsessies mochten uitvoeren, met zo’n minuscuul maar flashy dwergenkammetje waarmee je wellicht aangenaam door het haar van een woelmuis komt, maar zeker niet door de dikke bos lange haren van Olief. Dit alles inclusief neten peuteren, want die zitten met een soort pattex-extra-strong aan een haar vastgekleefd. En bij elk neetje steeds weer checken of het krakte of niet. En dit geheel moesten we dan na 7 dagen nog eens herhalen. Oh Joy.

Ondertussen ontsmette ik het huis alsof er 12 zwervers samen 70 nachten in hadden doorgebracht, ondanks de adviezen op internet dat dit echt niet nodig zou zijn. Ik waste alle lakens 3 keer, liet haar lievelingsknuffels enkele dagen verdwijnen in grote plastic zakken en ik droomde ondertussen van luizen, echt.
Maar, het werkte. Gelukkig. Dochter werd weer een luizenvrij meisje.

En opgelucht vertelde ik dit verhaal aan een collega tijdens een gezellig etentje. Ik legde haar ook uit hoeveel jeuk je er zelf acuut van krijgt. Het idee alleen al.

Luizen. Equals. Jeuk.

En ik krabte zo wat achter op mijn hoofd. Haha. Ja. Jeuk. Ja. Thuisgekomen kamde ik mijn eigen hoofd toch ook maar eens. Want haha, jeuk. Jaja.

Nou.
En toen bleek ik dus echt een luizenmoeder te zijn…

over de rechterfemur van mijn dochter

2011 eindigde raar voor ons. Heel raar. Want toen viel lieve Olief. En ze viel slecht. Mijn lieve meisje van toen net 4.

Het duurde 5 weken, tig röntgenfoto’s, een botscan en een MRI. Ze werd 2 keer opgenomen en lag in machines waar ik zelfs niet in durf te liggen en die ik alleen maar kende door Greys Anatomy te kijken. Er werd zelfs door iemand gezegd dat ze misschien wel een zeurkous was. In iets andere woorden, maar toch. En toen. Toen bevestigde de orthopeed eindelijk, na 5,5 week en al die onderzoeken dat ze helemaal geen zeurkous was. 

“we hebben hier te maken met een heel dapper meisje”.  
Ze hadden het gevonden. Eindelijk. In haar rechterfemur. Haar rechterbovenbeen dus. Net onder de kop naar de heup. Een volledige barst, van links naar rechts. Onzichtbaar op al die röntgenfoto’s en een breuk die kleine meisjes nooit hebben. Oma’s wel trouwens.
Het was veel te laat voor gips. En pennen en schroeven konden ze er niet inzetten, omdat er een groeischijf zit. Maar, oh kleine heldin die ze is, het heelde vanzelf. En het zag er goed uit.

Er volgde een gek jaar. Met heel veel controles. Zoveel, dat er meerdere verpleegkundigen zijn die mijn dochter bij naam kennen. Zoveel dat ze, bij het wachten op weer een röntgenfoto, kon opsommen welke röntgenkamers ze allemaal al gehad had.

Maar hele dappere meisjes zijn ook heel sterk. Zo sterk, dat ze in april, 4 maanden na haar val, weer kon skiën. En een medaille haalde. Net. Maar toch. De eerste ster. Die ze aan alle dokters liet zien bij de eerstvolgende controle.

fotodiplIn november hadden we weer een controle. En kijk eens aan, het ziet er nog steeds goed uit. En we hoeven pas volgend jaar terug te komen. VOLGEND JAAR. “dan ben ik al 6 hè mama”. Ja, dan ben je al 6. (net 5 geworden, en nu al bezig met 6. Zoals dat hoort als je kind bent)

De controles zullen blijven, tot ze uitgegroeid is. En een prima ballerina zal ze helaas niet kunnen worden omdat haar heupen niet meer perfect recht staan.

IMG_0664b

1ère etoile…

Maar deze week, ruim een jaar nadat ze zo ongelukkig viel. Haalde ze voor de tweede keer haar 1e ster. En nu niet nèt, maar gewoon hartstikke dik verdiend. Goed kijken, hij hangt aan het grijze ritsje 🙂

“mama, ik kan nu ook achteruit skiën”.
Ohja… laat eens zien dan.
“ja, niet hier hè. Hier is het echt niet steil genoeg”.
Oh.

“mama, weet je wat leuk is. Als je zo langs de grote palen skiet met dat oranje eromheen hè. Dan is daar vaak een bultje en daar kun je dan heel goed springen”.
Oh…

voor me rent mijn zoon, zoon van de bergen

IMG_0451b’s ochtends vroeg breng ik Julian naar het kinderdagverblijf. Het liefst nog voor alle toeristen hier langzaam de pistes overnemen. Want hoewel we hier afhankelijk zijn van die toeristen… ik vind het toch fijner zonder hen. Sorry toeristen.

De sneeuw kraakt onder onze voeten. En verder is het zo stil. ZO stil. Die stilte is niet te omschrijven. Kggt kggt kggt. De sneeuw onder onze voeten. En verder niets.
We horen de eerste liften, zffffffffff. Ze draaien warm.
Voor me rent mijn zoon. Zoon van de bergen.
We zien de zon opkomen. En we zien de maan nog.

Dan zijn voor mij de bergen op hun best. Ons tweede thuis.
IMG_0442b

IMG_0454b